Copyright © Foto's en tekst: W. R. Tilstra
De Witte Herder: Uit de schaduw in het licht

 

Voeding en gezondheid

Niets is moeilijker dan schrijven over voeding. Het meest besproken onderdeel, waarover iedere keer weer vele vragen komen. Niet alleen van nieuwe pupeigenaren, maar ook van fokkers en eigenaren die al jarenlang in het bezit van honden zijn. Zoveel honden en eigenaren, zoveel meningen.

Sinds enkele jaren is het een nieuwe trend de honden verse voeding/vlees en granen te voeren, het zogenoemde Bones And Raw Food dieet (BARF). Een trend die steeds vaker wordt overgenomen, vooral bij honden die allergieën voor bepaalde ingrediënten van fabrieksvoeders vertonen, of slechte eters zijn.


Bones And Raw Food dieet (BARF
)

Steeds vaker stappen mensen over naar een natuurlijke wijze van voeren van de hond. Een nieuwe trend is daarmee gezet en over de hele wereld zijn er groepen ontstaan om deze manier van voeren nieuw leven in te blazen en te promoten. De achterliggende gedachte is dat veel honden allergieën en ziektes ontwikkelen juist door het samengestelde fabrieksvoer, waarin componenten worden gebruikt die niets meer met een natuurlijke voeding te maken hebben.

 

Daarnaast is de hond van huis uit geen kant en klare brokkeneter en de natuurlijke manier van voeren moet in ere worden hersteld.

 

BARF voert de hond rauw vlees en bot. Hiervoor worden in principe alle soorten vlees gebruikt. Kip, kalkoen, konijn, rund of schapenvlees. Met bot en al wel te verstaan. Daarnaast is er een aanvulling van oliën en granen, pasta’s, rijst of brood. Ook groentes worden aan dit dieet toegevoegd. BARF is ook kant en klaar diepgevroren te koop. De voordelen die men hierbij ondervindt zijn divers. De hond zou geen last meer hebben van huidaandoeningen en allergieën, overgewicht zou tot het verleden behoren en ook zou hij meer resistent worden tegen allerlei ernstige ziektes. Een alternatief voor het BARF voeren is de kant en klare versvlees voeding, gemalen en ingevroren. Inmiddels heeft het vers voeren al enkele jaren zijn positieve werking op de groei en gezondheid van de hond ruimschoots bewezen.

 


 

Fabrieksvoer

Er zijn verschillende soorten fabrieksvoeders. In het kort zijn deze onder te verdelen in blikvoer, diepgevroren versvoer, diners en brokken. Sommige diners zijn halfklaar en moeten worden aangevuld met vers vlees of pens. In deze categorieën kunnen we weer een onderverdeling maken tussen puppy, premium, medium, performance, regular,  economy en senior. Er zijn tientallen merken op de markt die het niet eenvoudiger maken om voor uw hond het juiste voer te vinden. Een paar regels kunnen misschien helpen om in het doolhof van het aanbod van de voerfabrikanten het voer te ontdekken dat geschikt is voor uw hond. De eerste en belangrijkste regel is misschien wel om datgene te voeren waar uw hond het beste op functioneert. Eenmaal gevonden, houdt u dan aan dit voer en laat u niet overhalen door vrienden, trainers, zogenaamde kenners en anderen om allerlei andere soorten ook even uit te proberen. Het voer waar buurmans hond het uitstekend op doet, hoeft niet perse het meest geschikt voor uw hond te zijn. En als laatste: laat u niet leiden of misleiden door een prijsklasse.

Een tweede, zeer belangrijke regel is kennis van de ingrediënten die de hond nodig heeft om gezond te kunnen groeien en gezond te blijven. Een basis van deze ingrediënten ziet er als volgt uit. Om te kunnen leven heeft de hond koolhydraten, proteïnen (eiwitten), vetten, aminozuren, vitaminen  en mineralen nodig. Eiwitten zijn bouwstoffen en onderhoudsstoffen voor het lichaam. Koolhydraten en vetten zorgen voor de energie. Een volgende logische gedachte is dat een opgroeiende hond, een hond die hard werkt (topsport), een drachtige teef of een herstellende hond meer energierijke voedingsstoffen nodig zal hebben dan een oudere hond, die zijn dag slapend op de bank doorbrengt. Een derde, eveneens belangrijke regel is: leer de verpakking lezen en interpreteren en leer wat de samenstelling en de hoeveelheid inhoudt.

Als laatste belangrijke regel kunnen we stellen dat de prijs geen doorslaggevend gegeven moet zijn. Vaak is het zo dat de duurdere merken uiteindelijk niet eens zoveel duurder blijken te zijn in het gebruik. De hond heeft er minder van nodig en heeft minder ontlasting, omdat hij minder nutteloze stoffen kwijt moet. Daarnaast is het nog altijd beter om iets meer geld uit te geven aan voer dan een hond te hebben die continue aan de diaree is of last krijgt van huidkwalen en van, niet te vergeten, groeistuipen. Allemaal zaken die dierenartsenbezoek noodzakelijk maakt en waarbij u dus veel meer geld kwijt bent. Om maar niet te spreken over de frustratie bij het hebben van een niet goed functionerende hond. Als laatste opmerking: geef uw hond een voer dat hij met smaak eet; niets is zo erg voor baas en hond dan een hond die met lange tanden dat speciale merk eet omdat u daarbij zweert.

De Witte Herder staat erom bekend dat hij een darmflora heeft die vrij langzaam op gang komt. Velen ook zijn snel ontregeld en gaan dan aan de dunne ontlasting. Mocht u zo’n hond hebben dan is het prettig te weten dat deze honden het erg goed doen op voeders met als basis lam en rijst of kip en rijst. Ook deze zijn standaard te verkrijgen binnen de verschillende merken.

 


 

Enostosis/panosteïtis en voeding

 

Enostosis/panosteïtis is de Latijnse naam voor groeipijnen. De Witte Herder is hier vrij gevoelig voor, net zoals een aantal andere rassen. Voornamelijk grotere rassen hebben een pre-dispositie voor het ontwikkelen van groeipijnen. De naam groeipijnen zegt al dat het hier om jonge honden in de groei gaat, tussen de vijf en twaalf maanden. Over het algemeen zijn het de reuen die er last van krijgen, hoewel dat niet altijd het geval is. Vaak is men geneigd te roepen dat de jonge hond groeipijnen heeft zodra hij wat mank gaat lopen. Een diagnose stellen zonder verder te kijken gebeurt vaak door trainers, fokkers en andere  zogenaamde deskundigen. Er valt geen diagnose te stellen van enostosis zonder onderzoek en het blijft een heikel punt om klakkeloos aan te nemen dat het om groeipijnen gaat. Onderzoek is dus altijd noodzakelijk.
 

Voeding is één van de grootste boosdoeners bij het ontwikkelen van groeipijnen. De meeste pupvoeders zijn te ‘rijk’ aan een aantal voedingsstoffen, waardoor de pup en te snelle kalkafzetting op het bot krijgt. Het valt aan te raden – en de meeste moderne dierenartsen zijn het hier over eens – geen pupbrokken te gebruiken bij rassen die gepredisponeerd zijn voor enostosis. Enkele voerfabrikanten zijn overgegaan op speciale pupbrokken voor grotere rassen, de ‘Large Breed’ brokken. Dit lijkt een goede vooruitgang te zijn en de meeste jonge honden groeien goed en zonder pijnen of problemen op dit speciaal samengestelde voer. Extra calcium of grotere hoeveelheden rauw vlees zijn sterk af te raden bij de jonge, opgroeiende hond.


Wat zijn groeipijnen?

Door een ontsteking in het merg van het bot ontstaat er druk op het beenvlies aan de buitenkant. Door deze druk krijgt de hond geweldige pijnen in de botten en gaat kreupel lopen.   Bij iedere stap die ze zetten krijgen ze als het ware een klap tegen het bot. Deze pijnen kunnen wekenlang aanhouden en van de ene poot in de andere overgaan. De hond zal de ene keer links en de andere keer rechts mank lopen. Groeipijnen zijn frustrerend, zowel voor de hond als voor de baas. Trainingen moeten worden gestopt en een goede wandeling is bijna niet op te brengen.
 

Diagnose:

Een eerste maar niet zekere diagnose kan worden gesteld door druk uit te oefenen op de aangetaste plekken en zo de pijn op te wekken. Maar om zeker te zijn van de ziekte zullen röntgenfoto’s gemaakt moeten worden. Op de foto is een soort waas te zien die als een sluier over het bot heen hangt.  Foto’s zijn absoluut nodig om eventuele andere oorzaken van mank lopen van de jonge hond uit te sluiten.
 

De behandeling:

Als eerste moet de hond op dieet en zijn voedingsgewoonten drastisch worden bijgesteld. Te hoge concentraties calcium moeten vermeden worden. Als de jonge hond ook nog eens aan de stevige kant is, valt het aan te bevelen de hond op Large Breed voer te zetten en te laten rantsoeneren. Naast de reguliere behandeling met pijnstillers – die zeker nodig zijn in het begin – is er ook een mogelijkheid om de ziekte met homeopathische middelen onder controle te krijgen. Let er wel op dat homeopathische middelen altijd voorgeschreven moeten worden door een dierenarts die hierin thuis is. Het voordeel hiervan is dat de hond niet wordt volgestopt met chemische medicijnen. Ook wordt op deze manier de klacht aangepakt en is het geen symptoombestrijding zoals pijnstillers dat wel zijn. Bij een homeopathische behandeling treedt er weinig tot geen terugval op en zal de ziekte vrij snel kunnen worden bestreden. Bij een behandeling die slechts uit pijnstillers bestaat, kan de hond regelmatig een terugval krijgen, zelfs tot op een leeftijd van 2,5 jaar. Het fabeltje dat het vanzelf over gaat mag men snel vergeten. Op een gegeven moment zal de hond inderdaad niet meer mank lopen, maar dan ben je wel twee jaar verder en zal de schade - geestelijk en lichamelijk – die de hond daardoor heeft opgelopen zijn sporen hebben nagelaten.

 


 

 

Voeding en overgewicht

 

Voeding is een belangrijk onderdeel van milieuomstandigheden. Zoals altijd geldt ook voor de hond dat overgewicht ronduit slecht is. Het is verstandig de jonge hond schraal op te voeden, maar natuurlijk niet zo schraal dat hij daardoor niet meer de voldoende voedingsstoffen binnen krijgt. Om te weten of de hond al dan niet te dik is moeten we voelen. De ribben moeten vlak onder de huid liggen zonder vetlaagje erover heen. Als de hond in gebogen houding staat, moeten van opzij gezien de ribben te zien zijn. De wervelkolom en het heupbot mogen niet zichtbaar zijn (uitsteken); als dat het geval is, is de hond te mager. Op de verpakkingen van de diverse hondenvoeders staat altijd de hoeveelheid voeding per hond/ras aangegeven. Iedere hond is verschillend; de één heeft snel een neiging tot dik worden en de ander is niet vet te krijgen. Ook is er veel verschil van beweging tussen de ene hond en de andere. Om deze redenen is het niet verstandig de voedingsvoorschriften van een verpakking klakkeloos op te volgen. De beste manier van voeren is toch op het oog. Kijk goed naar de hond en voer hem naarmate hij te dik of te dun is. Ook voor oudere honden blijft overgewicht een slechte zaak. Rugkwalen, botproblemen en zelfs kortademigheid en/of hartproblemen zijn daar vaak het gevolg van. Het is noodzakelijk de voeding van de oudere hond bij te stellen. Vaak krijgt de hond minder beweging en heeft dus minder voeding nodig. Seniorenvoer is een uitstekende oplossing om de hond een volle maag te geven; het is minder energierijk, waardoor de hond een goed gewicht blijft houden. Ook de gecastreerde reu of gesteriliseerde teef kan overgewicht ontwikkelen. Dit heeft enerzijds te maken met de hormonale verandering die de hond ondergaat, maar dat is niet noodzakelijkerwijs de oorzaak. Ook een sterk veranderde stofwisseling kan de boosdoener zijn. Soms ligt het aan de mindere beweging die de hond krijgt. Vooral als het een wat oudere hond betreft, die stil komt te liggen van training of een fokhond met pensioen. Ook hier is het belangrijk de voeding bij te stellen en eventueel over te schakelen naar een minder energierijk voer. Wilt u een gezonde hond tot op hoge leeftijd, dan is het aan te raden de hond slank en bespierd te houden. Veel kwalen en zelfs ziekten kunnen worden voorkomen door een gezonde voeding en voldoende correcte beweging.

 


 

Voeding, vachtkleur en snownose

 

Een heikel punt, dat iedere keer terug komt is de vraag of voeding invloed heeft op de vachtkleur en de kleur van de neus van de Witte Herder. Eén ding moet men hier in gedachten houden: als een Witte Herder een crème vacht of wildkleur heeft meegekregen in de genen dan zal er geen voeding tegen helpen om dit te doen verdwijnen. Dat geldt ook voor de kleur van de neus of de snownose. Toch kan voeding wel degelijk invloed hebben op vachtverkleuring of het verminderen - let wel ‘verminderen’ – van de mate waarin de neus oplicht. Verschillende ingrediënten in het voer kunnen daarvan de oorzaak zijn. Het betreft over het algemeen het kopergehalte, caroteen of bietenpulp, die de vacht van een lichte gloed tot bruin over de rug, staart en oren kan verkleuren. Enkele voedingsconcerns hebben de voeding al bijgesteld om dit te voorkomen.

 Het overbekende verschijnsel snownose is een andere zaak. Er zijn veel theorieën en de meningen over dit verschijnsel lopen uiteen. Er is tot op heden geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan en zeker is men nergens van. Ik wil dan ook geen uitspraken doen en me slechts beperken tot een uitleg van het verschijnsel op zich. Een snownose houdt in dat de neus oplicht tot bruin, leverkleurig of roze. Meestal start het oplichten in het najaar en bereikt het toppunt in hartje winter. Naarmate de buitentemperatuur hoger wordt en er meer zonlicht komt, kleurt de neus dan weer donkerder. Dit oplichten komt dus vooral tot uiting in de wintermaanden. Een hond die in koude streken leeft en daarbij ook nog buiten in de kennel, zal sneller last krijgen van een snownose dan honden  die in warmere streken wonen en bij de kachel in huis liggen. Toch ligt ook aan de snownose een genetische aanleg ten grondslag. Een hond met een diep zwart pigment zal niet gauw een snownose ontwikkelen. Waarschijnlijk nooit, hoewel de oudere hond een lichte afname van pigment kan krijgen en vaak ook de zuiver witte kleur van de vacht verliest, om wat meer crème te worden. De aanleg voor een snownose is vaak al in het nest te zien, mits men weet waarop te letten. Het snel opkleuren of langzaam ontwikkelen van het pigment bij de pups heeft daar niets mee te maken. Bij nauwkeurig onderzoek van de kleur van het pigment kan men bij een bepaalde lichtval het blauwzwarte van het bruinzwarte van het neusje van de pup onderscheiden. Ook pups met een gitzwart neusje, maar met een minuscuul lichter streepje langs de neusvleugels of met een neusholte die wat lichter (roze) is, zullen naar alle waarschijnlijkheid een snownose ontwikkelen. Daarnaast zijn er natuurlijk de minder gepigmenteerde pups, maar daar kun je nauwelijks meer spreken van een snownose omdat deze honden altijd, ongeacht het jaargetijde, een lichte neus hebben. Dit is genetisch vastgelegd en het heeft niet veel met milieu of voeding te maken. Het zal ook niet echt verbeteren met het toedienen van voedingssupplementen. Voor de echte snownose zijn er inderdaad verschillende supplementen verkrijgbaar die de lichtergekleurde neus weer zwart - of donkerder - zullen kleuren. Allereerst zijn daar de vlierbesdragees. Na het toedienen hiervan kleurt de neus snel donkerder, doch ook hier heb ik verschillende keren waargenomen dat een langer gebruik van deze dragees als effect kan hebben dat er grote platen van totaal pigmentverlies optreedt op de lipranden, oogranden en neus. Dit gaat enkele weken nadat het gebruik van de vlierbesdragees is gestopt weer over. Daarnaast is er het gebruik van zeewier mogelijk, maar dit kan de vacht verkleuren tot een diepe wildkleur. Spinazie is een andere optie en verkleurt de vacht niet, maar is minder doeltreffend. In Amerika heeft men verschillende formules ontwikkeld om de snownose tegen te gaan, bestaande uit vitaminepreparaten en andere voedingssupplementen.  Men schijnt daar goede resultaten mee te bereiken.  Natuurlijk is het belangrijk voor een showhond om een optimaal pigment te hebben, maar ik vraag me af of al deze supplementen nodig zijn voor een huis- of werkhond. Tot nu toe is niet bewezen dat de hond geen andere lichamelijke schade kan ondervinden op lang termijn door het toevoegen van een hoge dosis vitaminen en/of supplementen.

 


 

 

 

© Copyright 1989-2008 'Of Kimberly's Pride' - W.R. Tilstra-Kocx - All rights reserved.
Do not use or reproduce anything without permission